Twee jaar geleden kreeg Heidi te maken met een versnelde hartslag. De hartklachten bleven aanhouden waardoor ze afgelopen jaren regelmatig een ziekenhuis bezocht. De cardioloog diagnosticeerde voorkamerfibrilleren. Om haar klachten te onderdrukken en de risico’s van voorkamerfibrilleren te verlagen, heeft haar arts twee behandelingen voorgeschreven. Hoe komt Heidi tot een beslissing voor haar behandeling? We leggen haar een aantal stellingen voor.

Stelling 1: Vragen zijn er om te stellen

‘Voor artsen zijn gesprekken over behandelingen vast vanzelfsprekend, maar voor mij als patiënt is alles nieuw. Ik bereid me daarom altijd goed voor op een gesprek door vragen op te schrijven. Mijn partner gaat altijd mee voor het geval ik een vraag vergeet. Soms merk ik wel aan de cardioloog dat er tijdsdruk is, terwijl nog niet al mijn vragen zijn beantwoord. Dan zeg ik dat ook gewoon. Gelukkig neemt hij dan altijd nog extra de tijd voor mij.’

Stelling 2: Samen beslissen is beter

‘Mijn cardioloog heeft mij eens een ander geneesmiddel voorgeschreven dan ik eerst had. Na het lezen van de bijsluiter van dit nieuwe geneesmiddel kwam ik erachter dat je hiermee niet in de zon mag en voorzichtig moet zijn met fel licht. Toen dacht ik: “Hier zitten zoveel bijwerkingen aan, dit ga ik niet slikken.” Mijn cardioloog vond dit helemaal oké. Het is mijn lichaam en als iets niet goed voelt, hoef ik het niet te doen, zei hij. Hij was erg begripvol. Nu slik ik nog steeds de oude medicatie zonder die ongewenste effecten.’

Weet u welke vragen u uw arts kunt stellen bij de beslissing over een bloedverdunner?

Download de checklist

Stelling 3: Een arts moet uitleggen waarom hij een behandeling voorschrijft

‘Toen mijn arts mij bloedverdunners voorschreef, heeft hij duidelijk uitgelegd dat deze niet helpen bij de klachten van voorkamerfibrilleren, maar wel de kans op een beroerte verkleinen. Door zijn argumentatie begrijp ik waarom ik een bepaald geneesmiddel moet nemen, en zal ik zijn advies ook beter opvolgen. Dat geldt voor alle adviezen en beslissingen wat mij betreft.’

Stelling 4: Begeleiding bij het inrichten van een levensstijl is noodzakelijk

‘Hier heb ik het niet echt over gehad met mijn cardioloog, maar dat komt omdat mijn lichaam uit zichzelf al aangeeft dat ik iets minder of helemaal niet meer kan. Ik laat mij ook niet beperken door het gebruik van bloedverdunners. Door mijn voorkamerfibrilleren weet ik wat nu te veel voor mij is. De trap nemen gaat nu bijvoorbeeld gewoon niet. Ik weet zelf al veel over hoe ik mijn levensstijl kan inrichten met voorkamerfibrilleren, maar ik weet dat mijn cardioloog mensen met minder klachten dan ik wel adviseert over sporten, werken en andere dagelijkse activiteiten.’

Weet u waar u rekening mee moet houden als u bloedverdunners gebruikt?

Download de checklist