Bij Addy deden de symptomen van voorkamerfibrillatie zich heel plotseling voor. De symptomen traden vaak op nadat ze een drukke dag had gehad, na het werk of na het sporten. „Het gevoel dat ik in mijn borstkas kreeg, was heel sterk. Alsof een olifant op mijn borst stampte.” Dat was vijftien jaar geleden. Eerst had ze één keer per maand een episode, maar later werd dat steeds vaker en werden de klachten ernstiger. „Mijn huisarts zei toen: dit kan zo niet langer. Je moet naar de cardioloog.”

De cardioloog vertelde Addy dat ze voorkamerfibrillatie had en schreef medicatie voor. „De diagnose kwam als een enorme verrassing. Ik vroeg me af hoe vaak het terug zou komen. En hoe erg het zou worden. Op dat moment zat het me erg dwars.”

Kinderen hielden een oogje in het zeil

Aanvankelijk vertelde Addy haar kinderen niet veel over haar hartstoornis. „Ze weten er natuurlijk van, maar mijn kinderen hebben hun eigen zorgen. Ik wilde ze er niet mee lastig vallen. Gelukkig had ik altijd veel steun aan mijn man.”

De dochter van Addy hield toch een oogje in het zeil. „Mijn dochter werkt op de afdeling cardiologie en maakte zich daarom veel meer zorgen dan de anderen. Dankzij haar werk kan ze me altijd goed advies geven. Toen mijn symptomen aanhielden, zelfs na gebruik van de medicatie, was zij het die zei dat ik er iets aan moest laten doen.”

Ablatie was de oplossing

De voorkamerfibrillatie bleef terugkomen, ondanks de medicatie. Bij voorkamerfibrillatie is de elektrische activiteit van het hart verstoord. Stimuli komen op de verkeerde plek in het hart voor of ze volgen een verkeerde route. Addy had hier veel last van. Daarom onderging ze een ablatie. Bij een ablatie beschadigt de arts het hartweefsel op deze plekken via een katheterisatie. De littekens die hierdoor worden gevormd, blokkeren de overdracht van elektrische stimuli [1]. Deze ingreep wordt vaak uitgevoerd bij patiënten bij wie klachten ondanks de medicatie aanhouden.

De artsen raadden Addy aan om bloedverdunners te blijven gebruiken tijdens de ablatieprocedure. „Ze maakten zich zorgen dat er bloedproppen zouden ontstaan tijdens de ingreep. Dat zou een risico op interne bloeding met zich meebrengen, maar dat risico is niet zo erg als de kans op een beroerte.” Addy had na de ingreep inderdaad een bloeding die moeilijk onder controle kon worden gebracht.

Na de ablatie had Addy nog één episode van voorkamerfibrillatie, maar daarna gelukkig nooit meer. Ze moet wel voortdurend medicatie blijven gebruiken. „Ik was erg bang voor de ingreep en daarom durfde ik die niet eerder te ondergaan, maar na de ingreep dacht ik: dit had ik veel eerder moeten laten doen.„

„Hardlopen was alles voor me”

Addy was altijd een actieve sporter. Ze deed 34 jaar lang aan hardlopen en deed ook mee aan halve marathons, terwijl ze voor haar drie kinderen zorgde en nachtdiensten als verpleegkundige draaide. „Dat was best zwaar. Vooral wanneer je alleen ‘s nachts werkt.” Ondanks het advies van haar cardioloog paste Addy niet onmiddellijk haar levensstijl aan. „Hij zei dat ik moest blijven sporten, maar mijn lichaam niet meer tot het uiterste op de proef moest stellen. Ik moest het rustiger aan gaan doen, maar ik wilde niet stoppen met hardlopen.”

Uiteindelijk werd het Addy te veel. In overleg met haar arts en werkgever besloot ze op een leeftijd van zestig jaar met pensioen te gaan. Ze stopte vier jaar geleden ook met hardlopen. „Ik had eerder naar mijn cardioloog moeten luisteren en moeten stoppen met hardlopen. Ik ben nu lid van een wandelclub en ik geniet heel veel van wandelen.”

Herkent u uzelf in dit verhaal of heeft u nog vragen over voorkamerfibrillatie? Raadpleeg dan uw arts.

Klik hier voor meer persoonlijke ervaringen van patiënten.

[1] Hartstichting – Ablatie